• Lucas Sauviller
  • Hans Dijckmans
  • Nick Claes
  • Jan Beulen
  • Jonas Van de Vyver
  • Astrid Yskout
  • Marie Van Praag
  • Mattias De Leeuw
  • Veerle Derave
  • Rosemarie De Vos
  • Lode Devroe
  • Tamar De Wit
  • Marijn Dionys
  • Lucy Elliott
  • Joke Eycken
  • Merel Eyckerman
  • Stijn Felix
  • Koen Fossey
  • Ann Geerinck
  • Lieve Germer
  • Ingrid Godon
  • Ina Hallemans
  • Jan Heylen
  • Ann Ingelbeen
  • Hilde Jacobs
  • Ann Kestens
  • Mieke Lamiroy
  • Debbie Lavreys
  • Riske Lemmens
  • Benjamin Leroy
  • Gudrun Makelberge
  • Kris Nauwelaerts
  • Veerle Pellens
  • Anke Rymenams
  • Tom Schoonooghe
  • Gunter Segers
  • Liesbet Slegers
  • Irma Smeets
  • Vera Smeulders
  • Kaat Van den Hende
  • Karolien Vanderstappen
  • Leen Van Durme
  • Pieter Van Eenoge
  • Steven Van Hasten
  • Aaron Van Lierde
  • Jan Van Lierde
  • Yves Van Reusel
  • Katrien van Schuylenbergh
  • Claudia Verhelst
  • Johan Verheyen
  • Luc Vernimmen
  • Klaas Verplancke
  • Sarah Verroken
  • Jurgen Walschot
  • Frie Welvaert
  • Sarah Wouters
  • Peter Goes
  • Heidi D
  • Marc-Aurèle Versini
  • Stef Ringoot
  • Agnes Van de Velde
  • Stefanie De Graef
  • Wout Schildermans
  • Yoeri Slegers
  • Isabelle Wils
  • Korneel Detailleur
  • Wanda Korosec
  • Tim Van den Broeck
  • Johan Wuyckens
  • Bert Dombrecht
  • Geert Nijs
  • Kathleen Amant
  • Vero Beauprez
  • Dion Boodts
  • Greet Bosschaert
  • Wim Bruyninckx
  • An Candaele
  • Sabien Clement
  • Ellen Cornelis
  • Frank Daenen
  • Silke Daneels
  • Wim De Blende
  • Ann De Bode
  • Steven (Lectrr) Degryse
  • Jan De Kinder
sluit venster

Goed voor druk

De Leeswelp en de Vlaamse Illustratorenclub (VIC) zetten samen hun schouders onder een stimuleringsproject om nog weinig of niet gepubliceerde illustratoren een podium te geven. In 2009 stelden De Leeswelp en de VIC samen de eerste editie van Goed voor Druk voor, een jaarlijkse wedstrijd voor jong grafisch talent in België. Jonge tekenaars met ambitie in de kinder- en jeugdliteratuur, en met maximum één uitgave bij een reguliere uitgever op hun actief, kunnen hun werk insturen. Uit de inzendingen worden door een vakjury drie laureaten geselecteerd, die hun werk kunnen voorstellen in De Leeswelp en op de website van de Vlaamse Illustratorenclub.

De laureaten voor 2011 zijn Esther Platteeuw, Vanessa Verstappen en Sam Destrycker. In de jury zetelden: Chris Bulcaen, Sabien Clement, Jen de Groeve, Koen Sels en Klaas Verplancke. De jury werd samengesteld voor drie jaar.


SAM DESTRYCKER



Sam Destrycker (1983) groeide op met het Franse kinderprogramma Club Dorothee en vooral met de Japanse animatiefilms die ze er in de zorgeloze jaren tachtig en negentig ongecensureerd konden weergeven. Deze films lagen aan de basis van zijn passie voor tekenfilms en strips. Langs een omweg, via de leerkrachtenopleiding, begon hij zijn échte trip pas aan de KASK Gent, waar hij in 2010 zijn master behaalde in de illustratie. Hier kreeg hij les van Carll Cneut en leerde hij vooral zichzelf te ontwikkelen. Het afgelopen jaar stichtte hij het zeefdruk collectief 3guys//2tits en maakte hij illustraties voor kleine projecten.

Werken in lagen
Opgegroeid met manga-tekenfilms, is Sam vroege tekencarrière dan ook gestart met het tekenen van manga’s. Het was de dynamiek van de Japanse animatie die hem aantrok. Maar anderzijds legt de mangastijl te veel beperkingen op. Techniek en beeldtaal houden al snel geen uitdagingen meer in, iedereen kan het leren. Daarom ging Sams interesse uit naar zeefdruk. Hij houdt ervan dat experiment en ambachtelijk werken hier kunnen samengaan.
Zijn zeefdrukken beschouwt hij als de echte start van zijn carrière. Hij wilde af van de klare lijn en zocht naar een andere beeldtaal. Zijn composities maakt hij via collage, die hij dan omzet in gewone tekeningen met onder andere potlood, stift, waxpastel, geprint op polyesterkalk. Nadien wordt de print belicht op een zeefraam, waarna het klaar is om gedrukt te worden.
Hij maakt zijn illustraties in verschillende lagen (elke laag is 1 zeefraam), die hij dan opnieuw compileert. Zo kan een illustratie uit drie tot vijf lagen bestaan. Het is een kwestie van proberen en experimenteren, en zo langzaamaan begint hij een kijk te krijgen op d e mogelijkheden die de zeefdruktechniek hem biedt. Alles is nog aan het groeien en gaandeweg brengt hij meer kleur in zijn werk. Zwart en rood waren aanvankelijk de dominante kleuren. Een sterke en vaak harde combinatie. Die voorkeur voor het harde is misschien nog het enige restant van zijn vroege liefde voor Japanse animatie, hoe ver hij er voor de rest ook vanaf staat.

Louis Paul Boon
Voor zijn masterproject aan de KASK koos Sam een verhaal uit de Grimmige sprookjes van Louis Paul Boon: ‘De slotenmaker en de prinses’. Het donkere in het werk van Boon spreekt hem aan:
‘Boon doorprikt hier het genre van het sprookje. Hij start met het clichématige “er was eens” maar evolueert al snel naar een nog nooit gezien sprookje. Dit leunt aan bij mijn visie als illustrator. Ik koos ervoor om het verhaal op te vatten als een lange slechte trip met een afwisseling van beelden die zowel de trip als de realiteit weergeven. Een formule die in films al heel vaak, misschien tot in den treure toe, is gebruikt, maar niet in kinderverhalen. Hierdoor gaan tekst en illustratie op een andere manier met elkaar communiceren.’

Kinderboeken
‘Het is belangrijk dat ik mijn eigen visie trouw kan blijven als ik voor kinderen teken. Ik zie mezelf allerlei verhalen illustreren, het mag gerust ook een verhaal zijn “met een hoek af”. Prenten moeten verhalen in je oproepen en je tot nadenken brengen. De illustrator moet zich dus los kunnen maken van de tekst, hij moet zijn eigen verhaal kwijt kunnen. Hij moet autonome beelden kunnen scheppen.’

‘Ik ben beginnend illustrator en sta voor alles open, maar ik vind het belangrijk dat ik mezelf blijf. Ik wil gelukkig zijn met wat ik doe. Zo werk ik op dit moment met Tim van den Abeele aan een graphic novel: Waarom Mario Moltanelli nooit gaat vissen. Een liefdesverhaal met een vleugje nostalgie. Omdat dit verhaal een totaal andere sfeer moet uitademen laat ik hier mijn zeefdruktechniek achterwege en gebruik ik mijn gecombineerde olie-acrylverf techniek. Dit zorgt voor een tweeledigheid in mijn illustraties, verschillende lagen stapelen zich op. Wat mij fascineert aan deze techniek, is dat ik steeds een laagje kan afpellen, net zoals ik als kleine jongen het zilveren laagje losmaakte van de Chocotoff-wikkel.‘